De ochtend aan Faak am See begint rustig, het water glanst nog in het zachte zonlicht en de bergen werpen lange schaduwen over het dorp. Je start de motor en verlaat het meergebied via kronkelende binnenwegen richting het noorden.
De route voert door het Alpenvoorland, over glooiende heuvels, langs bossen en kleine dorpjes. Het asfalt is goed, de wegen rustig, en de bochten vloeiend. Af en toe passeer je een koeienwei of een kleine boerderij, de geur van dennen en verse aarde vult de helm.
Langs de route zie je schilderachtige dorpjes met houten balkons, bloemrijke vensterbanken en rustige pleinen waar mensen koffie drinken. Het landschap wordt geleidelijk vlakker naarmate je noordwaarts rijdt, met open velden en weidse uitzichten over het Oostenrijkse en Beierse platteland.
Bij de grens met Duitsland wordt het nog rustiger. Je volgt kleine binnenwegen en landelijke routes, kronkelend langs rivieren en door bossen, waarbij elke bocht nieuwe uitzichten biedt: heuvels, meren en dorpjes met oude vakwerkhuizen.
Tegen de avond arriveer je in Amerang, een charmant Beiers dorp. De lucht is zacht, het geluid van klokken en vogels mengt zich met het geroezemoes van het dorp. Je zet de motor stil, ademt de frisse lucht in en voelt de voldoening van een dag vol rustige wegen, natuur en het plezier van motorrijden zonder haast.