De ochtend in Athene begint rustig, terwijl de stad nog half ontwaakt na de dag van gisteren. De motor staat klaar; de stad is wakker, maar de drukte valt mee. Je rijdt naar het noorden, weg van de stad, de Attische heuvels in. Het asfalt kronkelt rustig door groene valleien en kleine dorpen; de geur van dennen en kruiden vult de helm.
Na een paar uur arriveer je bij Delphi, hoog op een bergplateau met uitzicht over de vallei van Phocis. Het is alsof je een andere wereld binnenrijdt: de lucht ijl, de wind koel, de stenen van het oude heiligdom van Apollo nog steeds krachtig en stil. Je zet de motor aan de kant en loopt door de ruïnes — de tempel, het theater, de oude wegen — terwijl de bergen als een natuurlijke amfitheater om je heen liggen. Het uitzicht is adembenemend: de vallei, de rivier die door het dal slingert, en de heuvels in de verte. Een korte pauze, een espresso of water, en de energie van de plek vult je.
Na Delphi vervolg je de weg noordwaarts door bochtige bergwegen, rustige dorpjes en uitgestrekte valleien. Het landschap is afwisselend: dennenbossen, olijfboomgaarden, en hier en daar een kudde geiten op een berghelling. De motor volgt soepel de lijnen van het asfalt, het ritme van de weg geeft een gevoel van vrijheid dat alleen motorrijders kennen.
Tegen de avond daal je af naar Trikala, een vriendelijke stad aan de rivier Pineios. De smalle straten zijn gevuld met voetgangers en scooters, de cafés en tavernes trekken een warme geur van koffie en kruiden mee de straat in. Je parkeert de motor, ademt diep in, en voelt dat de dag perfect is afgerond: geschiedenis, bergen, kronkelende wegen en het zachte geluid van een stad die avond wordt.