De ochtend in Ohrid begint rustig. Het meer glinstert in het vroege zonlicht, de bergen rondom zijn nog deels gehuld in mist. Je start de motor en verlaat de stad via kronkelige wegen richting het noorden. Het landschap is glooiend en afwisselend: groene valleien, kleine dorpjes en uitgestrekte landbouwgronden.
Na een paar uur rij je de grens over naar Montenegro. De bergen worden ruiger, het asfalt slingert door smalle dalen en langs snelstromende rivieren. Hier ligt het klooster Ostrog, hoog tegen een rotswand gebouwd. Een korte stop is bijna verplicht: de stenen muren, eeuwenoude fresco’s en het uitzicht over de vallei geven een moment van stilte en bezinning. De motor staat stil, alleen de wind vult de ruimte.
Na de kloosterstop vervolg je de route door het Montenegrijnse binnenland. Bergpassen, bochten, en rustige dorpen vormen een rit die vraagt om concentratie maar beloont met spectaculaire uitzichten. De wegen zijn smal, soms ruw, maar perfect voor een motorrijder die van avontuur houdt.
Langzaam daalt het terrein richting Kosovo. De valleien worden breder, de lucht warmer. De motor volgt soepel de lijnen van het asfalt, terwijl de eerste contouren van Pristina in de verte opduiken. Tegen de avond arriveer je in de stad, waar het leven bruisend is, maar de stilte van de bergen nog in je hoofd nagalmt.