Je vertrekt in de ochtend vanuit Besançon, terwijl de stad langzaam ontwaakt tussen de heuvels en de rivier de Doubs. De weg voert je zuidoostwaarts, over rustige D-wegen richting Pontarlier, met uitzicht op de groene Jura en haar kronkelende bergwegen. Na de Zwitserse grens bij Vallorbe volg je de schilderachtige route via Lausanne en het Rhônedal, langs wijngaarden en meren, richting Brig. De bergen rijzen steeds hoger op en de lucht wordt frisser naarmate je de Alpen nadert.
In Brig rijd je de autotrein op die je door de Simplontunnel brengt — een korte maar indrukwekkende onderbreking van de rit. Wanneer je aan de andere kant in Italië uitstapt, bij Iselle di Trasquera, ruikt de lucht plots warmer, zachter. De weg slingert vanaf daar omlaag door het dal, tussen rotswanden en kastanjebomen, richting Domodossola. Tegen de tijd dat je daar aankomt, is het licht goudkleurig en de motor nog warm — een rit door drie landen, met bergen, meren en tunnels die samen één vloeiende reis vormen.