De ochtend in Zagreb begint koel en rustig. De stad ontwaakt langzaam terwijl jij de motor start en richting het noorden rijdt. De eerste kilometers voeren door het Kroatische platteland: glooiende velden, kleine dorpjes en kronkelende wegen door bossen en langs rivieren. Het asfalt is goed, de bochten vloeiend, ideaal om het ritme van de motor te voelen.
Langzaam verandert het landschap: de heuvels worden hoger, de lucht frisser. Je rijdt door het Hrvatsko Zagorje, langs kastelen en oude boerderijen, en passeert dorpjes waar locals koffiedrinken op pleintjes. De wegen blijven rustig, met afwisselend rechte stukken en zachte bochten die uitnodigen om de motor soepel te laten draaien.
Bij de grens met Slovenië verandert het terrein nogmaals: dichter beboste bergen, heldere rivieren en kleine bergdorpjes tekenen het uitzicht. Je voelt dat je dichter bij de Alpen komt. Na het passeren van de grens rij je verder richting Oostenrijk, door schilderachtige valleien en over rustige bergpassen.
Tegen de avond arriveer je bij Faak am See, een klein dorp aan het meer in de Oostenrijkse Alpen. De zon staat laag, het water glinstert, en de bergen weerspiegelen in het heldere meer. Je zet de motor stil, ademt de frisse berglucht in en voelt de voldoening van een lange rit vol kronkelwegen, dorpen en prachtige natuur.