De ochtend begint in Agrigento, met het gouden licht dat de zuilen van de Vallei der Tempels doet glanzen. Je motor staat klaar, klaar voor een lange rit langs de westkust. Zodra je de stad uitrijdt, voelt de lucht anders: warmer, zoutiger, met een vleug van wilde rotsen en olijfgaarden.
Je volgt de kleine kustwegen via Sciacca, een charmant stadje bekend om zijn visserstradities en thermale bronnen. De weg slingert langs kliffen, afgewisseld met stranden en kleine vissershavens. Af en toe zie je een visserboot terugkomen, het water glanzend in de middagzon.
Verder naar Castelvetrano, landinwaarts, verandert het landschap: olijfboomgaarden, amandelbomen, ruige heuvels. De wegen zijn rustig, soms bochtig, maar altijd vloeiend. Hier voelt motorrijden bijna als dansen: de motor volgt de lijnen van de weg, de horizon verschuift langzaam, en je voelt je verbonden met elke meter asfalt.
Vanaf Mazara del Vallo begint de echte kustervaring. De Tyrrheense Zee schittert aan je linkerhand, vissersdorpjes liggen verspreid langs de kust, en het geluid van de motor mengt zich met het zachte ruisen van de golven. Kleine wegen kronkelen langs kliffen en zandstranden, een combinatie van zeegeur en warme wind in je helm.
Tegen de avond bereik je Marsala, beroemd om zijn wijn en zonsondergangen. De stad ligt aan een lagune, de lucht geurig van zout en bloemen, het water reflecteert het laatste licht van de dag. Je parkeert de motor, ademt diep in en kijkt uit over de horizon. Vandaag heb je bergen, valleien en zee gezien — alles in één rit, Sicilië op zijn meest veelzijdig