De ochtend in Cefalu, je start de motor en verlaat het historische centrum via smalle straten die langzaam overgaan in de open wegen van Noord-Sicilië. De geur van zee en dennen hangt in de lucht, vermengd met versgebakken brood uit de bakkerijen die al open zijn.
De route naar Messina volgt de noordkust: bochtig maar soepel, met uitzicht op de Tyrreense Zee aan je rechterhand. Kleine dorpjes, vissershaven, en stranden onder je; de horizon glinstert in het ochtendlicht. De motor voelt elke bocht, en jij voelt de vrijheid van kilometers die langzaam maar zeker richting het noordoosten leiden.
Rond Milazzo wordt het landschap ruiger, kliffen en rotsen tekenen de kustlijn, terwijl de zee steeds intenser blauw wordt. In de verte doemt Messina op, met de bruggen en haven waar de ferry naar het oosten wacht. De motor rolt de kade op; het geluid van de golven en het zachte getik van de motor vullen de stilte van het moment.
De ferry wacht al. Je rijdt de boot op, de motor veilig naast die van andere reizigers, en kijkt uit over het water. De overtocht is kort — ongeveer twintig minuten — maar magisch. Sicilië verdwijnt langzaam achter je, het licht verandert, en voor je ontvouwt zich Calabrië.