je kiest van Messina via de oostkust naar Catania, waar het leven luid en levendig is. De Etna doemt ook hier op, maar de zuidhelling is rustiger, zachter van karakter. De weg omhoog kronkelt door dorpjes waar de tijd stilstaat — zwarte stenen huizen, terrassen met wijnstokken, kinderen die zwaaien langs de weg.
Na de Etna daal je af richting het binnenland, waar Sicilië zijn ware gezicht toont: uitgestrekt, droog, goudkleurig. De weg gaat via Enna en Caltagirone, stad van keramiek en kleur. De lucht is warm, de horizon trilt.
Tegen de avond bereik je Ragusa, een stad gebouwd op heuvels, met terrassen die uitkijken over valleien vol olijfbomen. Hier is het zuiden zachter, trager, vol geuren van jasmijn en warme steen.
De zuidlus is de route van stilte en warmte — minder toeristisch, meer ziel. Een rit door landschappen die niet veranderen voor de reiziger, maar de reiziger zelf veranderen.