De noordlus — Etna en Cefalù: van vuur naar zee
Je verlaat Messina vroeg, wanneer de zon nog laag hangt boven de zee. De weg slingert door dorpen die nog slapen, richting Taormina, waar de kustweg plots opent naar blauw, licht en hoogte. Vanaf hier zie je hem al in de verte: de Etna, imposant, rokend, eeuwig aanwezig.
De klim naar boven is adembenemend. Het landschap verandert met elke bocht — citroenbomen maken plaats voor zwart lavagruis en kale hellingen. De lucht wordt ijl, de motor bromt dieper, en rond de Rifugio Sapienza lijkt het alsof je op een andere planeet bent. Stilte, rook, en dat gevoel dat de aarde hier nog leeft.
Na de afdaling rijd je westwaarts, langs Bronte en Randazzo, door het ruige binnenland vol wijngaarden en oude muren. De geur van lava en wijn hangt in de lucht. Uiteindelijk bereik je de noordkust: Cefalù verschijnt plots, wit en zonnig aan de zee, met zijn middeleeuwse straten en uitzicht op de rots.
De dag eindigt met het geluid van golven tegen de kade en de zon die achter de rots zakt. De noordlus is de route van contrasten — vuur, steen en zee — intens, maar vol beloning.